Een getormenteerde ziel

Frustratie en onmacht tijdens de irreële zoektocht naar antwoorden op vragen over het leven

‘Getormenteerd’ is het voltooid deelwoord van ’tormenteren’ en betekent ‘kwellen, pijnigen, folteren’. Het bijhorende zelfstandig naamwoord is ‘torment’ dat staat voor ‘kwelling, marteling’. Dit woord gaat terug op het Latijnse ‘tormentum’ wat weer duidt op ‘folterwerktuig, pijniging’. Het is ook verwant aan ‘torquere’ of ‘draaien’. Mijn psyche draait en tolt. Het niet vinden van oplossingen kwelt en pijnigt me. Regelmatig wordt het mij te veel en crasht mijn veel te snel rijdende, denkende, beredeneerde mentale bolide alweer tegen de spreekwoordelijke muur. De ideeën ontspruiten zomaar uit het niets. Mijn druk scharrelende brein stapelt hopen los van elkaar staande feiten op. De chaotische donkere puinhoop ontspint zich tot een inktzwart kluwen als ik het niet onmiddellijk voor elkaar krijg en het oplos. Alleen maar omdat ik antwoorden zoek, verklaringen. Iedere dag weer. Soms lukt me dat, dan weer niet.

In een eerder blogbericht beschreef ik mijn obsessief, dwangmatig denken en handelen om alles in een bepaalde richting te sturen, te regisseren. Dit om orde in mijn omgeving en daardoor ook in mijn chaotische hoofd te krijgen. Ataxofobie is angst voor wanorde. Die ordeloosheid kan ik niet altijd even goed peilen, laat staan een manier vinden om die wirwar te ontrafelen. Het is vooral de vrees om door een angstaanval geblokkeerd te geraken door het chaotische dat mij af en toe volledig van de kaart veegt. Een woede uitbarsting nabij breek ik mezelf tot de grond af, vol zelfverwijt. Het is een ware kwelling voor mijn gemoedsrust dat mijn denken mij volledig bevriest. Dan klap ik helemaal dicht en is er geen woord, geen zin die een makkelijke uitleg geeft over wat er aan de hand is. Mijn onmiddellijke omgeving staat er bij en kijkt er naar, niet in staat om iets te ondernemen of me te hulp te schieten. Ondertussen probeer ik de wanorde in mijn hoofd te ordenen.

Ik doe heel hard mijn best om mij niet te storen aan opschudding in mijn buurt en me vooral niet te veel te ergeren aan het tumult in mijn hoofd. Hoe vaker ik me druk maak om futiliteiten, des te gauw raakt mijn interne harde schijf vlug oververhit. Voor mijn geestesoog passeren vervolgens blauwe alarmerende beeldschermen met pop up dialoogvensters met foutmeldingen. Bloednerveus, badend in koud zweet, zoek ik mijn denkbeeldig klavier om meerdere keren in volle paniek ‘control-alt-delete- in te drukken en zo mijn denkfabriek te resetten, terug naar de fabrieksinstellingen. Na een geslaagde herstart van mijn systeem verdwijnt de onrust vervolgens als sneeuw voor de zon. En hop, ik kan er wel weer tegen voor een tijdje.

Mijn (over)denken drijft mij in vreemde, soms beangstigend verre uithoeken van mijn bovenkamer. Net door die steeds aanwezige ordedrift. De gespleten manier van denken die bij mijn bipolariteit hoort, maakt me af en toe gek van angst, frustratie en onmacht tijdens een depressie. Dan weer overdreven opgewonden, creatief en super geconcentreerd door hypomanie. Dit laatste is een lichte vorm van manie. Net als bij een manie treden hyperactiviteit, overmatige vreugde, impulsiviteit of prikkelbaarheid op, maar het contact met de realiteit gaat gelukkig niet verloren.

Voor de buitenwereld lijk ik meestal vrolijk ontspannen. Ik daarentegen geef al volop tegengas om niet door te schieten naar oncontroleerbare onrust. Als ik mij te veel amuseer en daar dan ook nog van geniet, begin ik mezelf nog maar eens in vraag te stellen, komt de eeuwige twijfel uitdagend om de hoek piepen. ‘Is het eigenlijk wel ok dat ik lach, plezier maak, geniet?’ Remmend gier ik door de onvoorspelbare bochten in mijn denken naar de zoveelste nakende recessie met ongetwijfeld een geestelijke inzinking tot gevolg. Mijn ingebeelde, zorgvuldig opgebouwde kaartenhuis stort compleet in. Volledig verbijsterd tracht ik nog de brokken te lijmen alvorens ik helemaal leeg en verweesd blijf liggen op de gitzwarte bodem van de vergeetputten in mijn hoofd. Doodmoe doe ik een poging om weer op te staan. Vol zelfverwijt ga ik toch voorzichtig op zoek naar een kapstok, een paar krukken om dit alweer te boven te komen. Gelukkig kan ik af en toe mijn verstand in overeenstemming brengen met mijn emotie. Hand in hand laat ik hen rustig verder werken om de onzichtbare deuken uit te blutsen. Ook de doffe plekken in mijn carrosserie worden vakkundig geplamuurd en vervolgens gepolierd. Hopelijk hou ik het deze keer langer uit, zonder tussenkomst van mijn garagist/ psychiater. Jammer genoeg vergeet ik die donkere episodes niet. Nooit…

Dankzij de dreigende onweersluchten tijdens negatieve verhalen, opgebouwd door zelfgeschreven scenario’s, ben ik meer en meer in staat om al het doemdenken een halt toe te roepen. Alleen op die manier krijg ik het negatieve in het gareel en kan ik steeds weer de positiviteit laten zegevieren. Hoe moeilijk dit is kan ik zoals eerder beschreven met geen woorden beschrijven. Toch hou ik vol, elke keer opnieuw, met vallen en opstaan!

Ik ben immers meer dan alleen een gekwelde, getormenteerde ziel

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close