
Bipolariteit heeft zo zijn voordelen.
In mijn geval vertaalt dit zich in een enorme boost van energie met een kei grote zak vol zelfvertrouwen en ideeën die eindelijk vorm krijgen. Zo werk ik eindelijk het nummer dat al zo lang in de wachtkamer zit verder uit, begin ik als een gek te lezen of begin ik het huis maniakaal te poetsen. Alles aan de kant, stofzuigen en dweilen maar.
De kasten in de keuken worden herschikt en de koelkast moet er eveneens aan geloven. De was wordt gedaan, de kleren van de drooglijn worden netjes opgevouwen en de berging wordt herschikt. Thuis of bij vrienden spreek ik dan steeds over mijn ‘ocd’ – kantje. Het is echter niet zo erg als bij iemand met een echte obsessieve compulsieve stoornis, die bijvoorbeeld 17 keer gaat checken of die voordeur nou wel ècht op slot is.
Mensen die niet bipolair zijn en zich ok voelen geef ik doorgaans een score van 100%. Míjn lievelingsscore daarentegen zit in vergelijking met hen op 130%. Dan voelt het dat ik alles en iedereen aankan. Of dat dan ook werkelijk zo is weet ik nog steeds niet. Je beluistert een nummer dat je opgenomen hebt tijdens die hypomanie en bent er van overtuigd dat het geweldig klinkt, maar na die hoogte komt er steeds een mindere periode en dan vind je het ineens maar niks. Je begint vol enthousiasme te schrijven om jouw verhaal wereldkundig te maken maar loopt radeloos vast als je die score níét haalt.
Eten gebeurt gewoon omdat het moet, slapen lukt niet want wakker om 3 uur ’s ochtends met een hoofd vol plannen. Vol energie sta je op en noteert het een en ander in een boekje en gaat de afwas van de vorige dag doen of begint sigaretten te rollen voor een week. En oh ja, het papier en karton moet nog gesorteerd worden en de frietketel dient nog ververst te worden.
Op de werkvloer barst je volgens je eigen perceptie van de vindingrijke ideeën en oplossingen maar loop je tegen een muur van tegenwerking of onbegrip. Terug op de ‘normale’ 100% moet je toegeven dat het wat vergezocht of zelfs belachelijk was. Tijdens gesprekken met collega’s beaam ik dat ik tijdens zo’n hyper stadium niet altijd te genieten ben. Kort van stof en compleet onbegrepen voel ik me dan. Dat zijn dan weer de nadelen.
Gelukkig ben ik ondertussen alweer een hele tijd stabiel met hulp van mijn medicatie, het vermijden van triggers die me op en/of neer kunnen halen en uiteraard door mijn slaappatroon terug in balans te krijgen.
Maar toch, 130% is geweldig 🙃

